
De centrale heeft 24 lussen, elk afgesloten met een eindweerstand van 7,5 kΩ — daaraan onderscheidt hij normaal van een breuk of kortsluiting. Brand- en inbraakmelders komen op aparte lussen: hun meldingen volgen op de meldkamer een andere logica.
Je hebt nodig
Multimeter, eindeweerstanden, labels, plan van het pand
Belangrijk
Meng brand- en inbraakmelders niet in één lus: de meldkamer verwerkt beide types verschillend.
- 1
Lussen indelen
Verdeel de melders volgens het plan en label elke lus voordat je aansluit.
- 2
Brandmelders aansluiten
Brandmelders gaan naar lussen die als brand zijn ingesteld, met een eindeweerstand aan het einde van de lijn.
- 3
Inbraakmelders aansluiten
Inbraaklussen volgen de zones van het pand, zodat delen apart ingeschakeld kunnen worden.
- 4
Weerstand meten
Meet elke lus met de multimeter. Een afwijking van de berekende waarde wijst op een onderbreking of kortsluiting.
- 5
Gebeurtenissen controleren
Laat een melder in elke lus aanspreken en controleer of de meldkamer het juiste nummer en type ontving.
Het resultaat
Elke melder zit op een gelabelde lus, de weerstanden kloppen, en elke activering bereikt de meldkamer met het juiste nummer en type.
